Sjoerd Mossou is stukjesschrijver bij het Algemeen Dagblad Sportwereld. Daarnaast is hij de winnaar van de Hard Gras Prijs. In AD Sportwereld schreef hij een prachtige column over voetbalmoeders: ‘Voetbalmoeders zijn de basis van alles (en ze hebben gewoon gelijk)’. Zeker het lezen en delen waard!

Als mijn moeder vroeger net twaalf wasjes had gedraaid, en ik kwam ‘s avonds thuis om te eten, met mijn broek volledig onder de modder, dan moest ze even diep zuchten. Doe eerst die vieze schoenen maar uit, zei ze dan.

Búiten, graag. Niet midden in de woonkamer. En konden die andere jongens verdorie ook niet een keertje keeper zijn?

Als het nog vroeg in de week was, dan moest ik mijn modderbroek op de verwarming leggen. Morgen gingen we wéér de hele middag voetballen, en mijn moeder kon niet bezig blijven natuurlijk. De wasmand puilde uit.

De shirtjes van de E1 moesten ook nog gewassen.

Het is een fijn relikwie uit mijn jeugd: de keihard geworden trainingsbroek, vol aangekoekte, opgedroogde modder. Als het winter was, en de verwarming stond extra hoog, dan kon je die verstijfde modderbroek tegen de muur zetten, of tegen het kozijn van de achterdeur.

De volgende dag stapte je er dan met gestrekte benen weer in.

Over voetbalvaders en voetbalvrouwen is vrij veel geschreven, over voetbalmoeders nogal weinig. Diana Kuip schreef een leuk boek over bekende voetbalmoeders, en Lolita van der Vaart duikt soms opeens op in van die showbizzprogramma’s, om bij de voordeur te vertellen dat ze ‘geen commentaar’ wil geven op de laatste liefdesontwikkelingen rondom Rafael.

Maar het gaat me hier even om de anonieme, onbekende, alledaagse voetbalmoeder.

De hardwerkende voetbalmoeder, die wasjes draait tot ze er scheel van ziet, en die voor het hele team ranja haalt in de kantine, vlak voor rust. Dankzij kunstgras en Playstations dreigt de opgedroogde modderbroek helaas uit te sterven, maar daar staat tegenover dat er in clubverband juist steeds meer gewassen wordt.

Zelfs de D6 heeft tegenwoordig trainingspakken, coachjassen, sokken en warming-up-shirts. En die moedertjes maar wassen en drogen.

Ik heb een lichte voorkeur voor voetbalmoeders die voetbal leuk vinden, maar er niet te veel verstand van hebben. Dat is heel ouderwets en ongeëmancipeerd misschien, maar hoe vaker moeders heel gewoon ‘hup’ roepen, des te beter.

Ook mooi: ,,Och Dirkje, pas toch op.”

En: ,,Hela! Hou ‘m tegen!”

Voetbalmoeders die complete tactische verhandelingen ophangen aan de zijlijn; ze zijn ongetwijfeld ook heel lief, maar ik heb daar toch minder mee. Juist voetbalmoeders kunnen ons leren te relativeren. Om de dingen te bekijken vanuit een ander, onschuldiger perspectief.

Doorgaans vinden ze andere dingen belangrijk. Verliezen vinden ze ‘jammer’. Winnen vinden ze ‘leuk’.

Mijn moeder gaat al jaren naar NAC, elke thuiswedstrijd, maar nog steeds herkent ze alleen Jelle, Kenny en Ronnie. De punt naar voren of de punt naar achteren? Ze heeft geen flauw idee – en dat moet vooral zo blijven.

Voetbalmoeders zijn er heus niet alleen om wasjes te draaien, of om boterhammen te smeren. Natuurlijk niet. Ze zijn zo ongeveer de basis van alles. Ze weten waar onze voetbalschoenen staan en waar onze scheenbeschermers liggen.

Ze zorgen dat we op tijd zijn en dat we een beetje normaal doen. Ze maken de dingen wat zachter, kleiner, warmer, menselijker. Ze draaien nog een wasje, of ze leggen je broek op de verwarming, en ze willen dat je een maillot aandoet onder je voetbalbroekje, ook als het godbetert allang lente is.

Wanneer voetbalmoeders zeggen dat voetbal maar ‘een spelletje’ is, dan is dat irritant en onuitstaanbaar, en er valt heus van alles tegenin te brengen.

Maar ze hebben wel gewoon gelijk.

Door: Sjoerd Mossou – AD Sportwereld.